Autor: Jos

~ 17/12/10

Vandaag maakte Femke Halsema bekend op te stappen als fractieleider van GroenLinks, een politiek leider die bekend stond om haar pro-liberale koers. Wat betekent dit voor de ontwikkeling van de partij? Is een verschuiving naar links weer mogelijk? En wat houdt dit in voor de SP?

GroenLinks is in 1989 ontstaan als een fusie van vier kleine linkse partijen: de Communistische Partij Nederland, de Pacifistisch Socialistische Partij, de Politieke Partij Radikalen en de Evangelische Volkspartij (1). Sinds het aantreden van Halsema maakte de partij een scherpe ruk naar rechts, zo werd de koers “links-liberaal”, wat feitelijk een omarming van neoliberale politiek inhield. Zo komt ze sinds 2006 op voor een versoepeling van het ontslagrecht. Op haar website schrijft ze daarover: “Het ontslagrecht beschermt werknemers tegen onredelijk ontslag en regelt financiële compensatie bij ontslag. In de praktijk sluit het huidige ontslagrecht niet aan bij een moderne arbeidsmarkt” wat dan concreet inhoudt dat “om ervoor te zorgen dat iedere werkende gelijk wordt behandeld, wil GroenLinks de huidige ontslagvergoedingen voor enkelen omzetten naar scholingsrechten voor allen. Bedrijven moeten mensen niet op straat zetten, maar van werk naar werk begeleiden” (2). Klinkt leuk in theorie, in de praktijk betekent het baanonzekerheid in een tijd van crisis en het ondersteunen van de behoefte van kapitalisten aan een “leger van arbeid” dat ze altijd weer op straat kan zetten naar gelang haar noden. Dit wordt nog eens onderstreept door expliciet een baangarantie uit te sluiten, immers het ontslaan van mensen hoeft alleen te worden “ontmoedigd”.

Een recenter voorbeeld is is de inzet van de partij om in een “Paars-plus” coalitie te komen. GroenLinks zette zich toen, veelzeggend, sterk af tegen de “sociaal-conservatieve” SP. Arno Bonte, fractievoorzitter voor GroenLinks in Rotterdam vat het aardig samen: “Er is een toenemende tegenstelling tussen mensen die in de veranderende samenleving vooral de kansen zien en mensen die die veranderingen vooral als bedreiging ervaren. […] Die analyse is in mijn ogen de belangrijkste basis voor Paars-plus. Er tekent zich een nieuwe politieke waterscheiding af: een tegenstelling tussen de optimisten en de pessimisten. De optimisten, de mensen die vooral de kansen zien in de veranderende samenleving, vind je bij GroenLinks, D66, VVD en (in iets mindere mate) bij de PvdA. En de pessimisten, de mensen die de veranderende samenleving vooral als bedreiging ervaren, vind je bij de PVV, SP, SGP en (in iets mindere mate) bij CDA en ChristenUnie” (3). Achteraf pure dagdromerij.

Politiek merk

De pro-neoliberale koers van de partij heeft echter nooit zoden aan de dijk gezet. De partij bleef altijd marginaal, zo rond de tien zetels. Een reden hiervoor is dat met D66 en VVD, de “liberale” stroming al aardig goed is vertegenwoordigt. Omdat het verschil met D66 tegenwoordig zo klein is, gaan er zelfs geluiden op om maar te fuseren met deze partij, zoals blijkt uit de petitie “Nieuwe Partij” die door “kiezers” is opgezet, maar een brede stroming in beide partijen vertegenwoordigt: “Nederland is een vooruitstrevend, liberaal, sociaal land. Maar wij, de sociaal liberalen in Nederland, zijn verdeeld over Groen Links, D66, VVD, PvdA, PvdD, CDA en CU. Daardoor hebben we geen sterke stem. D66 en GroenLinks zijn samen de beste basis voor een sterke, progressief sociaal liberale partij”, inmiddels ondertekent door bijna 4000 mensen (4).

Het onderliggende punt hier is dat de partij – tegenwoordig een formatie die feitelijk alleen bestaat binnen parlementen, statenfracties en gemeenteraden – van een partij van activisten (zoals het geval was in de pre-fusie partijen) naar een politiek “merk” is geëvolueerd, of zoals Halsema het zelf kernachtig samenvat: “van de straat naar de staat”. Een partij waarin de partijleiding zich aan het roer ziet van een politiek bedrijf dat zich plooit naar de wensen van stemmers die de rol hebben van consumenten. Socialisten daarentegen staan voor een partij van activisten waarin leden een centrale actieve rol spelen en die door het bijeenbrengen van de meest politiek bewuste lagen van de arbeidersklasse ernaar streeft om de hele klasse te organiseren. Voor ons is een politieke partij veel meer dan een stemmenmachine. Het woord “partij” betekent feitelijk “deel”. Een socialistische partij organiseert dan ook het socialistisch deel van de arbeidersklasse. GroenLinks is al lang van dit idee afgestapt en het lijkt dan ook niet waarschijnlijk dat GroenLinks ooit weer een echte progressieve rol gaat vervullen in de arbeidersbeweging.

Bovendien, met het vertrek van Halsema verdwijnt het meest bekende gezicht van de partij. Haar vervanger, Jolande Sap, is een totaal onbekend figuur voor het grote publiek. Het gevolg hiervan hebben we kunnen zien toen Marijnissen vertrok als “boegbeeld” van de SP fractie; de partij kelderde hard in steun. Mocht de regering op redelijk korte termijn imploderen en nieuwe verkiezingen nodig zijn, ligt het voor de hand dat GroenLinks danig wat steun zal verliezen.

Waarschuwing voor de SP

Ook de SP zit op een dergelijke koers, hoewel deze partij zich nu nog in een overgang begeeft van het een naar het ander. In tegenstelling tot GroenLinks kent de SP wel een traditie van activisme en ook is de partij goed vertegenwoordigt in de meer activistischere lagen van de vakbeweging. Dit geeft een zekere tegendruk in de verrechtsing van de partij, maar desondanks is het de afgelopen jaren daar alleen slechter op geworden. Iets waar we vaak op hebben gewezen en wat ons niet in dank werd afgenomen, zoals onder meer bleek uit de twee royeringen van Socialistisch Alternatief leden uit de SP, met als argument dat we een “partij in een partij” zouden zijn.

De tendens naar rechts lijkt dus sterker te zijn, en dat heeft met twee factoren te maken. In de eerste plaats is er al lang geleden een koers ingezet op “reële eisen” om verkozen te worden en om een eigen politiek “merk” neer te zetten, iets wat grafisch vorm werd gegeven in het logo van de tomaat, een ontwerp van een reclamebureau! Hiermee gaf de partijleiding toe aan de status quo van de kapitalistische orde en wat er mogelijk is binnen het parlement. Coalities zijn hiervoor onvermijdelijk binnen het Nederlands bestel, wat de noodzaak aan nog meer “acceptabele” eisen versterkte en de verrechtsing versnelde.

De tweede, gerelateerde, reden is dat men in een dergelijk model geen behoefte heeft aan een mondig en zelfdenkend lidmaatschap. De politieke scholingen in de partij zijn er dan ook vooral op gericht om trucjes te leren (zoals “debattechnieken”) of organisatorische vaardigheden. Op zichzelf geen slechte zaken, maar wat ontbreekt is een politieke scholing. Het lidmaatschap wordt geacht te volgen wat de partijleiding ook zegt.

De enige reden waarom de partij nog een activistische basis heeft is omdat ze “activisten” (in de enge zin van het woord: folderaars, soepkar mensen, etc…) nodig heeft, aangezien dit hoort bij het politieke merk van de SP richting de doelgroep bij wie ze stemmen wil halen: de werkende klasse. In deze zin blijft de SP progressief aangezien mensen door hun activiteiten kunnen radicaliseren, iets wat steeds waarschijnlijker gaat worden in de komende periode van studenten- en vakbondsstrijd. Deze strijd blijft echter onderdanig aan de parlementaire fractie en daarmee dus beperkt.

Als socialisten roepen we op dat de SP drastisch moet veranderen. In de eerste plaats moet de partij democratiseren, zodat basisactivisten en de arbeidersbeweging in haar geheel kunnen debatteren over de te volgen tactieken, strategie en over programma en theorie. Van een dergelijk open debat cultuur gaat een enorme politiek educatieve werking uit, aangezien het activisten dwingt na te denken over dergelijke zaken.

Ten tweede moeten de verboden en belemmeringen op de revolutionair linkse stromingen per direct worden herroepen. Het is zaak dat we één arbeiderspartij vormen waarin verschillende stromingen zich kunnen organiseren. Wij zullen hierin blijven opkomen voor een Marxistisch programma die een concreet alternatief laat zien en beschrijft hoe we daar gaan komen, een programma die de arbeidersklasse als klasse voor zich organiseert, internationaal en democratisch.

Deze veranderingen zullen niet vanzelf komen. Zoals gezegd is de kans groot dat lagen van activisten binnen de SP de komende periode zullen radicaliseren. Vaak zal dat leiden tot desillusie in de partij en zullen deze leden vertrekken. Ook linkse splitsingen zijn mogelijk. De derde mogelijkheid is dat deze leden een principiële strijd kunnen voeren voor een meer radicale koers en, bij gebrek aan een democratische partijstructuur, horizontale links gaan leggen tussen basisactivisten. Dit biedt openingen om massale steun te krijgen om de partij te herorganiseren. Hoe dan ook, de komende periode van klassenstrijd zal cruciaal blijken voor de ontwikkeling van de SP en we hopen dat GroenLinks alvast goed laat zien wat het alternatief is als de huidige koers wordt aangehouden.

Noten
1. http://nl.wikipedia.org/wiki/GroenLinks
2. http://standpunten.groenlinks.nl/ontslagrecht
3. http://arnobonte.wordpress.com/2010/07/05/optimistisch-over-paars-plus/
4. http://www.nieuwepartij.nl/

Ik hoop met deze post dit blog weer eens nieuw leven in te blazen 🙂