Autor: Emil

~ 25/11/09

Afgelopen zaterdag was er de langverwachte demonstratie tegen de AOW plannen. Al eerder kwam daar een kort verslag van uit op de Offensief site. Maar wat zijn nu concreet de volgende stappen die nodig zijn om de AOW strijd te winnen? Ik zal daar eens een analyse van proberen te maken.

Media

De media had vrijwel alleen maar negatieve berichtgeving over de demonstratie afgelopen zaterdag. Volgens onder andere de NOS en de Volkskrant, vaak gezien als “linkse media”, was de opkomst in Rotterdam maar 5000 sterk. Volgens het bedrijf dat de FNV inhuurt om de infrastructuur te regelen voor grote demo’s lag het eerder tussen de 12 000 en de 15 000. Dat laatste cijfer wordt bevestigd door diverse demonstranten die er aanwezig waren.

Waarom liegt de media? Daar is een duidelijk motief voor aan te wijzen. Als we de berichtgeving over de AOW kwestie van de afgelopen maanden in acht nemen, dan wordt nogal duidelijk dat er een brede consensus bestaat over de “noodzaak” om de AOW leeftijd te verhoging. Is dat vreemd? Nee. Verreweg de meeste media is immers commercieel en valt binnen het establishment. Het establishment vind het noodzakelijk, de eindredacteuren van de kranten en tv dus ook. Daarom wordt de opkomst sterk ondergewaardeerd om vooral het idee te laten leven dat het een mislukking was.

Maar de opkomst was inderdaad ook lager dan de beoogde 20 000 in Rotterdam en 10 000 afzonderlijk in Assen, Deventer en Eindhoven. Rotterdam zat dus tussen de 12 en de 15 000, In Assen kwamen 3000 man, Deventer zat op 2000 en bij Eindhoven was de opkomst 5000 sterk. In totaal dus niet meer dan zo’n 25 000, de helft van het streefdoel. Een oorzaak hiervan is te vinden in het feit dat de meeste vakbondsleden de uitnodiging voor de demonstraties pas veel te laat binnen kregen. Ik zelf kreeg welgeteld één dag van tevoren de brief binnen. Het had er alle schijn van dat de vakbondsleiding de mobilisatie niet erg serieus nam.

De vakbeweging: welke richting?

Eén van de mogelijke scenario’s waarmee we als organisatie rekening hielden was dat de vakbondstop bewust aan zou kunnen sturen op een nederlaag. En nu de vakbondsleiding de lezing van de media over afgelopen zaterdag over lijkt te nemen, neemt ze dan ook de logische conclusie hieruit: “strijd heeft geen zin, niemand wil op straat komen”.

“Waarom zou de vakbondstop haar eigen graf willen graven?”, is een vraag die hier opdoemt. Maar is dat wel zo? Al jaren zit de vakbondstop in de SER en andere overlegorganen met bazen en regering, zogenaamd om onze rechten te verdedigen. Maar hierdoor is er een innige relatie ontstaan tussen de bureaucraten in de vakbond en de top van het bedrijfsleven en de politiek. Is het vreemd dat Wim Kok (FNV), Lodewijk de Waal (FNV) en Doekle Terpstra (CNV) na hun bondswerkzaamheden nu topfuncties hebben in het bedrijfsleven of politiek?

De link met het oude-jongens-krentebrood netwerk wil de FNV top koste wat kost koesteren, ze heeft er immers materieel belang bij. Dan moet je geen gekke dingen gaan doen als te zeer ingaan tegen de belangen van de bazen of grote demonstraties organiseren tegen de politiek natuurlijk… Hoe ze op deze manier de aangekondigde 35 miljard bezuinigingen gaat tegenhouden is een raadsel nu ze de handdoek al in de ring gooit bij de AOW strijd.

De vakbondstop botst hier dus met de belangen van haar achterban, ze heeft effectief de positie van poortwachter aan de linkerflank van de heersende klasse. Willen we ons dus organiseren, dan is het noodzakelijk dat we dit aan de basis doen. Het nastreven van een onafhankelijke klasse-positie ten opzichte van de kapitalisten en haar staat is hierin absolute noodzaak. Ik denk daarom dat de oproep van Vecht voor je Recht om per direct het poldermodel te begraven juist is. Hiermee komen we bij de noodzaak aan correcte slogans en programma.

De kern van revolutionaire politiek

Afgelopen zaterdag publiceerden Offensief een kort verslag over de demonstratie. Met name één opmerking kon hierbij op de nodige kritiek rekenen: “De leuze van de IS – “belast de rijken” – viel op door haar zwakte. Het was eerder een reformistische leuze dan eentje die de beweging zelf verder helpt en het systeem ter discussie stelt.” We kregen bijvoorbeeld het volgende commentaar binnen: “Wat mij opvalt in het artikel is dat het blijkbaar nodig is om de IS een sneer te geven waarbij ik in het geheel niet begrijp wat dat toevoegt aan het verslag. Als relatieve buitenstaanders stel ik vast dat de IS met veel meer mensen aanwezig was dan Offensief, met name ook jongeren. Daarbij is het de vraag of een leuze als Belast de Rijken meer of minder reformistisch is dan 24 uurs actie nodig. Beiden raken in essentie het systeem niet. Dan moeten we als leus Revolutie nu nodig voeren. Maar dan weten we zeker dat de massa ons niet volgt op dit moment. Wat nodig is, is een breed links front tegen dit kabinet en haar plannen en dat bereik je niet door elkaar af te zeiken.” Ik wil hier even op ingaan.

De opmerking was wellicht wat kort door de bocht, daarom is er wat uitleg nodig. Revolutionair socialisten zijn altijd heel precies over welke slogans en programmatische eisen noodzakelijk zijn. Waarom? Om dit in zijn juiste context te plaatsen moeten we even een stapje terug doen om het totaal plaatje te zien.

Ons centrale doel is een einde maken aan het kapitalisme en het installeren van het socialisme, de maatschappij gerunt voor arbeiders door arbeiders. Dit bereiken we door een revolutie, de omverwerping van de heersende elite door de georganiseerde arbeidersbeweging. Dit is in feite een zeer hoge vorm van zelf-emancipatie oftewel “self-empowerment”, want alleen de arbeidersklasse zélf kan zichzelf bevrijden van haar uitbuiters. Om deze massa organisatie van de arbeidersklasse te bereiken is een revolutionaire partij noodzakelijk. De partij is een politiek referentiepunt voor de beweging en haar functie is samen te vatten met de oude slogan “agitatie, educatie, organisatie”. Voor de duidelijkheid: Offensief ziet zichzelf niet als een dergelijke partij, daar hebben wij de middelen noch de slagkracht voor, maar functioneert wel als een propagandagroep en schoolt de kaders om tussen te komen in de concrete klassenstrijd.

Natuurlijk is het belangrijk elke verworvenheid van de arbeidersklasse verdedigen en elke strijd voor verbetering ondersteunen. Maar voor revolutionair socialisten gaat het in de eerste plaats niet om bijvoorbeeld de verhoging van lonen, het behoud van banen of – in deze context – het houden van de AOW leeftijd op 65 als hervormingen op zichzelf. De strijd voor verbeteringen is slechts een middel, geen doel op zichzelf. Het is een middel om bij de massa het idee in te brengen van “samen staan we sterk, samen kunnen wij de bazen aan en de wereld veranderen”. Met een moeilijk begrip heet dit dit “klassebewustzijn”: het bewustzijn om de klasse te organiseren als klasse. Dat is de kern van revolutionaire politiek. Als je je daarentegen slechts richt op de verbeteringen in het hier en nu, ben je bezig met reformistische politiek, oftewel het “hervormen bínnen het kader van het kapitalisme”.

Het bezwaar tegen de slogan van de Internationale Socialisten – “belast de rijken” – is dan ook dat ze niet het bewustzijn verhoogt maar in de plaats daarvan oproept om slechts de belasting te verhogen, iets wat alleen de regering kan doen. Het is dus een impliciet vertrouwen in de regering of in ieder geval wordt het idee gevoed dat de staat neutraal is in plaats van de erkenning dat het eigenlijk slechts het “uitvoerend comité” is van de bazen. Het lijkt in die logica alleen maar nodig om de druk op te voeren zodat het kabinet “wel het juiste zal doen”. Dat de vakbondsleiding deze logica verdedigt is jammer, dat de IS dezelfde logica aanhoud is niet acceptabel. In diezelfde lijn heb ik ook kritiek op de slogan van de “miljonairstaks” die door de Belgische PVDA (een post-Maoïstische partij die zichzelf steeds meer spiegelt aan de SP) gelanceerd wordt als een soort wonderwaspoeder en ook binnen Nederland door een aantal activisten “at face value” wordt overgenomen. Geen woord echter over de noodzaak aan socialisme.

Dat echter slechts de leuze “Revolutie Nu” een goede zou zijn is ook kort door de bocht. Ik merkte dat onze leuze voor een 24 uurs staking een concreet antwoord was op de vraag voor velen afgelopen zaterdag “deze demonstratie is leuk en aardig, maar wat nu?“. Waar de vakbondstoespraken op het podium uitbleven van het uitzetten van een strategie naar de overwinning op deze strijd, beantwoorde dit juist wel aan het idee voor een grootschalige organisatie aan de basis van de vakbonden. Eigen organisatie van arbeiders, door arbeiders, voor arbeiders. Dát is de weg vooruit.

Eenheid op links

Betekenen deze inhoudelijke meningsverschillen dat we niet kunnen samenwerken met bijvoorbeeld de IS? Natuurlijk niet. Met de demonstratie “Omsingel de Nederlandsche Bank” in september heeft ook Offensief meegeholpen en meegedaan als één van vele organisaties. Maar dit was slechts een gelegenheidscoalitie en geen permanent platform. Een permanent platform voor actie zou een enorme stap vooruit zijn voor revolutionair links. Hierbij staat wel voorop dat we onze politieke meningsverschillen niet moeten verzwijgen en dat we binnen het platform de discussie en debat actief moeten opzoeken. Immers, alleen met de openheid van debat van deze meningsverschillen kan helderheid over programma en strategie worden bereikt, niet alleen voor onszelf, maar juist ook voor de bredere arbeidersbeweging.

Er is een noodzaak om een alternatief te vormen op de vakbondsbureaucraten die niet onze belangen dienen, de organisatie van de gewone activisten en achterban van de vakbeweging is hiervoor de sleutel. Daarvoor hebben we een revolutionaire leiding nodig die dynamisch is en politiek scherp. Een permanent platform tegen de crisis is hier wellicht een eerste aanzet voor. Voor discussie en debat, maar ook voor gezamelijke spandoeken, pamfletten, speerpunten en dergelijke, met de vrijheid voor iedereen om een eigen focus te geven qua eisen en programma en om tussen te komen met het eigen materiaal.

March separately, strike as one!

Post tags: